
Zorg buiten het ziekenhuis: een evolutie die wringt met de hervorming van het ziekenhuislandschap
Aan de vooravond van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid roepen GIBBIS, santhea, UNESSA en Zorgnet-Icuro de overheden op tot grote voorzichtigheid bij de lopende denkoefeningen over het uitbreiden van zorgprestaties buiten het ziekenhuis.
De snelle evolutie van medische technologie en zorgorganisatie roept terecht de vraag op welke zorg ook buiten het ziekenhuis kan worden aangeboden. Met andere woorden: welke rol willen we in de toekomstige organisatie van de zorg toekennen aan niet-ziekenhuisactoren die zorg aanbieden die vergelijkbaar is met ziekenhuiszorg?
Deze oefening, die vandaag gebeurt in het kader van een raadpleging door het RIZIV, moet vanuit verschillende invalshoeken worden bekeken — en zeker in samenhang met de hervorming van het ziekenhuislandschap, de kwaliteit van zorg en de toegankelijkheid ervan voor elke burger.
Waar blijft de samenhang?
België staat op een kantelpunt. De zorgnoden blijven stijgen, het personeelstekort groeit en de budgettaire druk neemt toe. In die context wordt gewerkt aan een ambitieuze hervorming van het ziekenhuislandschap, met een duidelijk doel: minder versnippering, meer samenwerking en kwaliteitsvolle, toegankelijke en financieel houdbare zorg voor iedereen.
De parallelle ontwikkeling van onafhankelijke zorgstructuren buiten het ziekenhuis roept dan ook fundamentele vragen op. Dreigen we zo niet precies die versnippering te versterken die we net willen wegwerken?
Bovendien gaat het debat veel verder dan organisatie of financiering alleen.
De keuzes die vandaag worden gemaakt, zullen rechtstreeks wegen op de toegankelijkheid van zorg, de kwaliteit van behandelingen, de organisatie van wachtdiensten, de opleiding van zorgverleners en uiteindelijk op de toekomst van het Belgische ziekenhuismodel.
Dezelfde zorg, dezelfde normen
Ziekenhuizen zijn vandaag onderworpen aan een uitgebreid en streng kader van kwaliteits- en veiligheidsnormen: hygiëne en sterilisatie, geneesmiddelenbeheer, anesthesiepermanentie, elektronische patiëntendossiers, cyberveiligheid, gegevensbescherming, audits, toegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit, brandveiligheid, enzovoort.
Als zorgprestaties buiten het ziekenhuis plaatsvinden, moet één principe centraal staan: dezelfde zorg moet aan dezelfde eisen voldoen. Patiënten mogen niet worden geconfronteerd met kwaliteitsverschillen afhankelijk van waar zij worden verzorgd.
Daarbij komt dat de regels rond ereloonsupplementen die gelden voor ziekenhuizen niet van toepassing zijn op dergelijke structuren.
Zelfs indien dezelfde normen zouden gelden, dreigen we in de praktijk private dagklinieken buiten het ziekenhuis te creëren, enkel toegankelijk voor wie daar de financiële middelen voor heeft. Dat zou leiden tot een geneeskunde met twee snelheden, waarbij de toegang tot zorg afhankelijk wordt van het inkomen van de patiënt.
Van “cherry picking” naar verstoring van het systeem
Het risico is reëel dat meer eenvoudige en planbare zorg geleidelijk buiten het ziekenhuis wordt georganiseerd, terwijl ziekenhuizen blijven instaan voor complexe zorg, spoedgevallen, wachtdiensten en multidisciplinaire trajecten.
Dat ondermijnt het huidige evenwicht — zowel organisatorisch als financieel — waarop ziekenhuizen steunen. Het dreigt hen te beroven van activiteiten die vandaag essentieel zijn voor de financiering van hun maatschappelijke opdrachten.
Een dergelijke evolutie staat haaks op de fundamenten van ons zorgsysteem: toegankelijkheid, solidariteit en kwaliteit voor iedereen.
Impact op wachtdiensten en opleiding
De gevolgen reiken nog verder.
Naargelang meer activiteiten buiten het ziekenhuis worden uitgevoerd, komt de organisatie van de wachtdiensten bij een steeds beperktere groep ziekenhuisartsen te liggen. Tegelijk dreigen ziekenhuizen minder aantrekkelijk te worden voor bepaalde artsen-specialisten, wat de bestaande rekruteringsproblemen verder versterkt.
Ook de opleiding van toekomstige artsen komt in het gedrang. Wanneer basiszorg en technische handelingen uit het ziekenhuis verdwijnen, nemen de opleidingsmogelijkheden voor artsen in opleiding af, met een directe impact op de kwaliteit van de zorg in de toekomst.
Kies voor een coherent en rechtvaardig systeem
De inzet is duidelijk: het debat gaat niet enkel over de plaats waar zorg wordt verleend, maar over het evenwicht van ons volledige gezondheidszorgsysteem, de toegankelijkheid voor alle patiënten en de capaciteit van ziekenhuizen om hun essentiële opdrachten te blijven vervullen.
Voor GIBBIS, santhea, UNESSA en Zorgnet-Icuro moet elke hervorming in de eerste plaats dat evenwicht vrijwaren. Zij verzetten zich dan ook tegen een verschuiving van ziekenhuiszorg naar structuren buiten de ziekenhuissector wanneer dit de ongelijkheid vergroot en een geneeskunde met twee snelheden in de hand werkt.
Hervormingen moeten net de voorwaarden creëren zodat ziekenhuizen artsen kunnen aantrekken én behouden. Zonder hun blijvend engagement binnen de ziekenhuisstructuren komen de collectieve opdrachten, de continuïteit van zorg en de toegankelijkheid in het gedrang.
Alleen zo kunnen we een sterk, rechtvaardig en solidair zorgsysteem vrijwaren.
Contactpersoon pers
Ariane van de Werve
+32 486 17 33 26
ariane.vandewerve@GIBBIS.be
GIBBIS is de pluralistische werkgeverskoepel van de openbare en private social profit gezondheidsinstellingen van Brussel. Ze vertegenwoordigt meer dan 70 instellingen (ziekenhuizen, psychiatrische instellingen en rustoorden), verspreid over meer dan 80 sites gelegen in de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
