
Streven naar een begrotingsevenwicht is nodig, maar zonder de gezondheid van de Brusselaars uit het oog te verliezen
Zoals bekend staat de Brusselse begroting onder grote druk.
Zonder maatregelen dreigt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest af te stevenen op een jaarlijks tekort van 1,2 miljard euro en een schuldquote van meer dan 300 %, wat ons in België tot de slechtste leerling van de klas maakt. Tegen 2029 moet het begrotingsevenwicht worden hersteld, voornamelijk door de uitgaven onder controle te brengen. Maar niet ten koste van de gezondheid van de Brusselaars, zoals Marleen Loncke, economisch adviseur bij GIBBIS, toelicht.
“Als we kijken naar de uitgaven van het Brussels Gewest, gaat 9% daarvan naar de GGC, de COCOF en de VGC. De begroting van de GGC voor 2026 is afgerond met een tekort van 35 miljoen. Ook hier streeft de GGC ernaar om in 2029 een begrotingsevenwicht te bereiken. Ze heeft daarvoor een bezuinigingsplan opgesteld”, stelt Marleen Loncke.
Voorrang voor geestelijke gezondheid
“De GGC plant daarbij bezuinigingen op haar eigen werkingsmiddelen, op de kinderbijslag, op de infrastructuurbestedingen, maar ook in de gezondheidszorg. Bovendien staat in het opgestelde begrotingstraject te lezen dat er extra middelen zullen worden uitgetrokken in de strijd tegen dakloosheid en verslaving, wat aansluit bij het Brusselse regeerakkoord en door GIBBIS wordt gesteund”, vervolgt de econome.
“Het regeerakkoord bevat doelstellingen op het vlak van geestelijke gezondheidszorg met betrekking tot preventie, verslaving, dakloosheid en de uitbreiding van het aantal bedden, met bijzondere aandacht voor de kinderpsychiatrie (de K-bedden). Wat de ouderenzorg betreft, is het de bedoeling de basis te leggen voor een betere thuiszorg en alternatieven voor rusthuizen te ondersteunen”, verduidelijkt ze.
Pleidooi voor behoud van de groeinorm
Dit zijn nobele doelstellingen, maar volgens GIBBIS vereisen ze minimaal het handhaven van de groeinorm. “Ik herinner eraan dat een jaarlijkse stijging van het gezondheidszorgbudget met minstens 2 %, de groeinorm dus, het mogelijk maakt de duurzaamheid en kwaliteit van onze gezondheidszorg te waarborgen, rekening houdend met onder meer de vergrijzing van de bevolking, de toename van chronische ziekten en psychische aandoeningen, maar ook met bijkomende maatschappelijke uitdagingen zoals het tekort aan zorgpersoneel”, zo benadrukt Marleen Loncke.
Toch is deze al drie jaar op rij (2024-2025-2026) niet toegekend. Dit komt neer op een cumulatieve besparing van ongeveer 30 miljoen euro. “Dit kan niet blijven duren! Nog een jaar zonder groeinorm voor onze non-profitorganisaties, die nu al ondergefinancierd zijn, zou de genadeslag voor hen betekenen”, aldus de GIBBIS-econome.
Duidelijk omschreven prioriteiten
GIBBIS heeft al grondig nagedacht over de prioriteiten voor de sector. “Wij pleiten ervoor dat er in de eerste plaats middelen worden toegekend aan de volgende projecten: de uitbouw van de psychiatrische zorg in de thuissituatie (PZT), de herziening van de conventieakkoorden, de structurele verankering van de facultatieve subsidies en een toereikende financiering voor de ondergefinancierde PVT’s. In de ouderenzorg wijzen we op het belang van een adequate financiering van innovatieve woonprojecten en ook op de steun voor nieuwe normen en administratief personeel. Laten we trouwens ook de financiering van de digitalisering en de cyberveiligheid niet uit het oog verliezen”, aldus Marleen Loncke.
Natuurlijk zijn daarvoor middelen nodig. Zonder middelen kunnen er geen initiatieven worden genomen. “Een concreet voorbeeld: het project voor revalidatiecentra in Brussel, zoals die ook in Wallonië en Vlaanderen bestaan. De financiering daarvoor is zo ontoereikend dat geen enkele instelling de sprong durft te wagen”, voegt de GIBBIS-adviseur eraan toe.
Onontbeerlijke langetermijnvisie
GIBBIS verzet zich verder tegen bezuinigingsmaatregelen. “Er zijn ons al drie jaar op rij bezuinigingen opgelegd. Dat is genoeg! We zijn er wel van overtuigd dat er moet worden nagedacht over een efficiënte inzet van de middelen. Daarom is het opstellen van een langetermijnvisie onontbeerlijk. De visietekst ‘Brussel Gezondheid 2040’ van GIBBIS, die in januari werd voorgesteld, wijst op de noodzaak van een gemeenschappelijke visie en een krachtig engagement voor Brussel. Het is een dringende oproep aan onze beleidsmakers om te kiezen voor een ambitieus en rechtvaardig gezondheidsbeleid op lange termijn”, benadrukt de econome.
Marleen Loncke besluit: “Gezondheidszorg is geen kostenpost, maar een investering in het welzijn van elke Brusselaar en elke patiënt die in ons Gewest wordt behandeld! Daarom pleit GIBBIS voor de herinvoering van de groeinorm, geen blinde besparingen en een duidelijke langetermijnvisie. Dat is de enige manier waarop Brussel toegankelijke, kwalitatieve en duurzame gezondheidszorg kan blijven aanbieden.”
