16 juni 2026   //     Newsletter 06.2026

Gelijkstellingen en erkenning van diploma’s: wanneer een vereenvoudiging voor ziekenhuizen en zorgverleners?

De laatste tijd is de problematiek van de vele werkzoekenden in Brussel in de zorgsector die wachten op de erkenning van hun diploma het onderwerp geweest van verschillende parlementaire vragen.

Het is ook één van de 25 punten van het attractiviteitsplan van GIBBIS. De erkenning van buitenlandse diploma’s in de zorg vormt immers een hefboom om het tekort aan zorgpersoneel aan te pakken. We spraken met Arnaud Kamp, HR-directeur van de Europa Ziekenhuizen, en Alexandra Coppieters, beleidsmedewerker attractiviteit bij GIBBIS.

“Het gaat om mensen die werk zoeken, die een diploma of ervaring in de zorgsector hebben en die we zouden kunnen activeren. Het zijn dus mensen die als het ware ‘in de wachtkamer’ zitten voordat ze een carrière in de zorg kunnen starten of hervatten, terwijl onze zorginstellingen zo’n grote nood aan zorgverleners hebben,” stelt Alexandra Coppieters meteen.

Twee verschillende systemen

Het proces voor de erkenning van buitenlandse diploma’s (afkomstig uit landen buiten de Europese Unie) is momenteel complex. Het bemoeilijkt of vertraagt de toegang tot de arbeidsmarkt voor gekwalificeerde zorgprofessionals. De versnippering en uiteenlopende praktijken in de procedures zorgen voor veel onduidelijkheid en vertragingen.

Eén van de problemen is het naast elkaar bestaan van twee systemen voor diploma’s van buiten de EU: het Franstalige systeem van de Federatie Wallonië-Bruxelles en het Nederlandstalige systeem van NARIC-Vlaanderen. “Aan Franstalige zijde zijn er twee toegangspoorten: men dient een diploma uit het secundair onderwijs (bijvoorbeeld zorgkundigen) laten erkennen bij één instantie, en diploma’s afgeleverd door het hoger onderwijs (bijvoorbeeld verpleegkundigen) bij een andere instantie,” legt Alexandra Coppieters uit.

“Het is belangrijk te weten dat een dossier dat bij de verkeerde instantie wordt ingediend, ongeldig is. Voor mensen uit het buitenland is dit onderscheid niet altijd even duidelijk. Aan Nederlandstalige kant is er één toegangspoort, wat het systeem flexibeler maakt. Als iemand bijvoorbeeld nog stage-uren mist om verpleegkundige te worden, kan die persoon zich intussen al laten erkennen als zorgkundige en dus al beginnen werken. Aan Franstalige kant bestaat die flexibiliteit niet: een dossier als verpleegkundige kan niet worden omgevormd tot een dossier als zorgkundige. Men moet een nieuwe erkenningsprocedure starten,” vervolgt de GIBBIS-medewerkster.

“GIBBIS betreurt enerzijds de verschillen tussen beide systemen en pleit er vooral voor om prioriteit te geven aan de erkenningsprocedures voor diploma’s in de zorg boven die van andere sectoren,” voegt ze eraan toe.

Een steeds nijpender probleem

Arnaud Kamp, HR-directeur van de Europa Ziekenhuizen, kent de problematiek goed. “Een werkzoekende die in een ander EU-land of daarbuiten is opgeleid, moet een procedure voor diplomagelijkstelling doorlopen. Die eerste stap is altijd lang geweest, maar is intussen echt een lijdensweg geworden. Bovendien moet de opleiding gevolgd zijn in een land waar het aantal studiejaren minstens gelijk is aan dat in België en moet het niveau van de onderwijsinstelling voldoende zijn. Ten slotte moeten kandidaten in internationale mobiliteit tegenwoordig al vóór de afronding van de erkenning een zeer hoog taalniveau behalen in één van de landstalen, zelfs wanneer ze nog in het buitenland wonen. Vroeger kon dat niveau geleidelijk groeien via professionele onderdompeling op de werkvloer.”

En dat is niet de enige moeilijkheid, aldus de HR-directeur: “De enige relatief eenvoudige stap is het verkrijgen van het zorgverlenersvisum. De FOD Volksgezondheid is vrij reactief. Het probleem is dat het verkrijgen van een arbeidsvergunning veel tijd vergt. Bovendien is er ook een arbeidsovereenkomst nodig. In de praktijk betekent dit dat wij soms al anderhalf jaar op voorhand beloftes van aanwerving moeten ondertekenen, voordat de persoon effectief in ons ziekenhuis kan starten. Landen die sneller zijn dan wij, trekken dan een deel van deze werkzoekenden aan.”

“Met GIBBIS hebben we al verschillende beleidsmakers aangesproken en ontmoet. Het onderwerp leeft binnen de kabinetten, dat is zeker. Het gaat echter om meerdere bevoegdheden (onderwijs en werk) en verschillende deelentiteiten, wat de complexiteit verklaart. Uiteraard zijn er richtlijnen en controles nodig om professionals met buitenlandse diploma’s het verpleegkundig beroep te laten uitoefenen, maar men moet coherent blijven en de procedures niet ingewikkelder maken dan nodig. We zijn ervan overtuigd dat de erkenning van diploma’s sneller kan verlopen, maar daarvoor is politieke wil nodig. Het wordt dringend tijd om concrete oplossingen te vinden. Wij zijn bereid daaraan bij te dragen,” besluit Alexandra Coppieters.

 

Enkele voorstellen van GIBBIS

  • Een systematische en duurzame prioritering van erkenningsprocedures voor diploma’s in de zorg, met bijzondere aandacht voor kandidaten die in België verblijven;
  • Een flexibelere toepassing van specifieke erkenningen, zodat alternatieve erkenningen kunnen worden toegekend wanneer volledige gelijkstelling niet mogelijk is (bv. erkenning als zorgkundige);
  • Het toekennen van een voorwaardelijke erkenning wanneer volledige erkenning nog niet mogelijk is, gekoppeld aan de mogelijkheid om ontbrekende opleidingsonderdelen op een efficiënte, modulaire manier af te werken;
  • Het opzetten van duidelijke contactpunten tussen accreditatiediensten en zorginstellingen die kandidaten actief begeleiden;
  • Het invoeren van praktische testen om de technische vaardigheden van kandidaten te evalueren;
  • De ontwikkeling van een raadpleegbare en gedeelde databank met precedenten voor erkenningsaanvragen in de zorgsector;
  • Een vereenvoudiging van de formulering van erkenningsbeslissingen en een automatisering van administratieve vervolgstappen na erkenning van het diploma, met betere coördinatie tussen de bevoegde overheden.